Katten kiezen een toiletplek op basis van drie eigenschappen: hij is rustig, hij is bereikbaar, en hij heeft meer dan een uitgang. Die derde eigenschap wordt het vaakst over het hoofd gezien. Een bak die in een nis staat, met een gesloten kap erop en een muur aan drie zijden, biedt maar een vluchtweg. Een kat die daar door een huisgenoot verrast wordt, onthoudt dat.
Hoeveel bakken
De vuistregel onder kattenhouders is: een bak per kat, plus een extra. Twee katten betekent dus drie bakken. Dat lijkt overdreven, maar het lost twee dingen tegelijk op. Katten die elkaar niet volledig vertrouwen delen niet graag een bak, en een tweede bak op een andere verdieping bespaart een oudere kat de trap.
Verdeel de bakken over verschillende plekken. Twee bakken naast elkaar in dezelfde hoek tellen voor een kat als een bak, want de reden om uit te wijken blijft dan bestaan.
Waar hij niet hoort
- Naast de voer- en waterplek: katten scheiden eten en toilet net zo strikt als mensen.
- Naast een wasmachine of droger die onaangekondigd begint te centrifugeren.
- In een ruimte die dicht kan vallen, zoals een badkamer met een deur die op de klink valt.
- Op een plek waar de hond bij kan, want dan is de bak nooit rustig.
- Op zacht, hoogpolig tapijt: strooisel dat daar in valt, komt er niet meer uit.
Maat en model
De bak hoort minstens anderhalf keer de lichaamslengte van de kat te zijn, gemeten van neus tot staartwortel. De meeste standaardbakken in de winkel zijn voor een volwassen Europese korthaar aan de krappe kant. Een grote opbergbak van kunststof met een lage instap is vaak ruimer en goedkoper dan een bak die als kattenbak verkocht wordt.
Over kappen bestaat geen eensgezindheid. Een dichte kap houdt geur en strooisel binnen, wat voor de bewoner prettig is, maar hij beperkt het zicht van de kat en houdt de lucht in de bak vochtig. Wie een kap gebruikt en merkt dat de kat de bak mijdt, haalt hem er eenvoudig af om te zien of dat het probleem was.
Bodembedekking
De meeste katten hebben een voorkeur voor fijn, zanderig, klontvormend strooisel met een laagdikte van ongeveer vijf centimeter. Dieper is voor de kat prettiger om in te graven; ondieper maakt schoonhouden makkelijker. Vijf centimeter is een werkbaar midden.
Wissel niet abrupt van merk of soort. Wie moet overstappen, mengt het nieuwe strooisel gedurende een week of twee in oplopende verhouding door het oude. Een kat die op een ochtend een compleet ander oppervlak aantreft, zoekt soms een alternatief elders in huis.
Schoonhouden zonder gedoe
Schep dagelijks, bij voorkeur twee keer. Ververs het geheel en spoel de bak om zodra het strooisel geur begint vast te houden, doorgaans elke twee tot vier weken bij klontvormend strooisel. Gebruik geen schoonmaakmiddel met een sterke citrus- of ammoniakgeur; het eerste schrikt katten af, het tweede lijkt op urine en nodigt juist uit.
Leg een mat met een grove structuur voor de bak. Die vangt het strooisel op dat aan de poten meekomt en scheelt dagelijks vegen. Een gladde, afneembare ondergrond eronder maakt de schoonmaak een kwestie van een doek in plaats van een stofzuiger.



