Het meeste tuinwerk is seizoenswerk. Niet omdat er een regel bestaat die dat voorschrijft, maar omdat planten in een gematigd zeeklimaat een duidelijke jaarcyclus doorlopen: rust, uitloop, groei, afbouw. Wie zijn ingrepen op die cyclus zet, doet minder werk met meer resultaat.
Winter: snoeien en herstellen
In de winter staan houtige gewassen kaal en is de structuur zichtbaar. Dat is het moment om vorm te geven: dood, ziek en kruisend hout eruit, en de kroon openen zodat er in de zomer licht en lucht bij kan. Snoei bij vorst niet, want bevroren hout scheurt en wonden sluiten niet.
De winter is ook het moment voor alles wat geen plant is: bestrating rechtleggen, hekwerk en schuttingen nakijken, gereedschap slijpen en olieën, en pas geplante bomen controleren op losse boombanden. Werk aan de tuinstructuur is in januari eenvoudiger dan in juni.
Voorjaar: bodem en start
Het voorjaar begint bij de bodem en niet bij het tuincentrum. Een laag compost van twee tot vijf centimeter over de bedden, niet ingespit maar erop gelegd, voedt het bodemleven en houdt vocht vast. Regenwormen doen het inwerken vanzelf, en beter dan een spade.
Zaaien en planten volgt op de bodemtemperatuur en niet op de kalender. Veel zaden kiemen pas boven een bepaalde grondtemperatuur, en zaaien in koude, natte grond geeft rot in plaats van kieming. Wacht bij vorstgevoelige gewassen tot de kans op nachtvorst voorbij is.
Zomer: water op het juiste moment
- Geef in de vroege ochtend of in de avond; water op het heetst van de dag verdampt grotendeels.
- Geef minder vaak maar dieper, zodat wortels naar beneden groeien in plaats van naar het oppervlak.
- Giet aan de voet van de plant en niet over het blad, dat scheelt schimmeldruk.
- Een laag mulch van vijf centimeter houdt de bodem koeler en vochtiger dan welke gietbeurt ook.
Potten en bakken zijn in de zomer de grootste zorg, want daarin is het bodemvolume klein en droogt alles binnen een dag uit. Een reservoir onder de pot, of eenvoudigweg een grotere pot, is effectiever dan vaker gieten.
Najaar: afvoer en bescherming
Het najaar draait om water dat weg moet en om planten die de winter in gaan. Maak goten, putjes en roosters vrij van blad voordat de eerste echte regenperiode komt. In een tuin op klei bepaalt die afvoer of wortels de winter overleven.
Laat tegelijk niet alles kaal achter. Uitgebloeide zaadstengels en een laag blad in de border geven beschutting aan insecten en kleine dieren, en die zaaddozen zijn in de winter voedsel voor vogels. Ruim daarom alleen op wat rot of ziek is, en laat de rest tot het voorjaar staan.
Vier vaste momenten per jaar, elk goed voor een paar dagdelen, houden een gemiddelde stadstuin in vorm. Alles wat daarbuiten gebeurt is plezier en geen onderhoud, en dat is precies de verhouding die een tuin leefbaar houdt.


