De klassieke ordening van een keuken heet de werkdriehoek: koelkast, spoelbak en kookplaat vormen samen een driehoek waarbinnen het meeste werk gebeurt. Hoe korter de zijden, hoe minder loopwerk per maaltijd. In een ruime keuken is dat een echte driehoek; in een smalle Nederlandse keuken is hij platgeslagen tot een lijn, en dan gaat het om de volgorde langs die lijn.
De volgorde van links naar rechts
De natuurlijke werkvolgorde is: opslag, wassen, snijden, koken, opdienen. Wie zijn keuken in die volgorde inricht, verplaatst voedsel altijd in een richting en hoeft nooit terug te lopen met natte handen. In de praktijk betekent dat: koelkast en voorraadkast aan het ene uiteinde, dan de spoelbak, dan het vrije werkvlak, en dan de kookplaat.
De richting maakt weinig uit zolang hij consequent is. Voor rechtshandigen werkt van links naar rechts vaak prettiger. Belangrijker is dat er geen deur, geen hoge kast en geen doorloop midden in die lijn valt.
Zestig centimeter vrij, altijd
De belangrijkste maat in een keuken is niet de lengte van het aanrecht maar de lengte van het vrije stuk. Houd minstens zestig centimeter aaneengesloten werkblad leeg, bij voorkeur tussen spoelbak en kookplaat. Dat is de plek waar de snijplank ligt, waar de kom staat, waar de boodschappentas neerkomt.
Dat vlak vrijhouden is een dagelijkse discipline en geen inrichtingsbeslissing. Broodrooster, waterkoker, blender, fruitschaal en post kruipen er vanzelf naartoe. Geef elk van die dingen een eigen plek elders, of accepteer dat je keuken kleiner is dan hij is.
Opbergen op de plek van gebruik
- Pannen en ovenwanten bij de kookplaat, niet bij de vaatwasser.
- Borden en bestek bij de vaatwasser of het afdruiprek, want daar worden ze uitgeruimd.
- Messen, planken en kommen bij het vrije werkvlak.
- Vuilnisbak en composteremmer binnen handbereik van het snijvlak, want daar ontstaat het afval.
- Kruiden en olie bij de kookplaat, maar niet erboven: warmte en licht tasten ze aan.
Deze regel bespaart per maaltijd tientallen stappen, en hij kost niets. Wie twijfelt, kan het meten: leg een week lang een streepje op papier voor elke keer dat je door de keuken loopt om iets te halen. De uitkomst wijst vanzelf de kast aan die verkeerd is ingedeeld.
Licht op het blad
Een plafondlamp achter de kok zet zijn eigen schaduw op het werkblad. Verlichting onder de bovenkasten, gericht op het blad, lost dat volledig op. Kies daar iets neutraler licht dan in de woonkamer: rond de drieduizend tot vierduizend kelvin geeft genoeg contrast om te zien wat je snijdt.
Let daarbij op de kleurweergave, want vlees, vis en groente beoordeel je in de keuken op kleur. Een lamp met een lage kleurweergave maakt alles grauw en dat is precies de plek waar je dat niet wilt.
De voorraad en de dieren
Voorraden horen koel en donker, en dat geldt evengoed voor mensenvoedsel als voor voer. Een kast onder het blad aan de gevelzijde is doorgaans de koelste plek in de keuken. Zet er geen voorraad naast de vaatwasser of naast de oven, want die geven periodiek warmte af.
Een voer- en waterplek voor een huisdier hoort niet in de looplijn van de werkdriehoek. Een dier dat tijdens het koken bij de kookplaat staat, is een risico voor beiden. Een hoek buiten de doorloop, met een afneembare mat eronder, werkt voor iedereen beter.

